Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vragen over VAL BVDMP Heusden heeft kritische vragen gesteld over het Voorontwerp Bestemmingsplan VAL BV. De bedoeling van dit Voorontwerp is het bedrijf in de huidige vorm te legaliseren en hierbij tevens een biovergistingsinstallatie te laten ontwikkelen. DMP Heusden heeft echter nog een groot aantal vragen die voorafgaand aan een beoordeling beantwoord moeten worden. 

 

Voorontwerpbestemmingsplan VAL BV

 

Informatievergadering Ruimte, 6 maart 2013

Vragen DMP Heusden

Fractieondersteuner Johan Meesters

Eindelijk is het dan zover, het onderwerp VAL BV staat op de agenda. Het is alweer 6 jaar geleden dat er een intentieovereenkomst werd gesloten tussen de gemeente en de eigenaren van VAL om te komen tot een positieve bestemming van de illegale situatie aan de Veldweg 7 te Haarsteeg. Dat dit 6 jaar heeft moeten duren heeft schijnbaar allerlei oorzaken. Oorzaken waarvan wij DMP Heusden grote vraagtekens zetten. Zo blijkt er een koppeling te zijn ontstaan tussen de Veldweg en een perceel aan de Wolput. Iets wat ons doet denken aan een koppelverkoop waaraan een luchtje van chantage zit en zal leiden tot precedentwerking.

- Wethouder is het juist als wij deze conclusie trekken? Hoe ziet u dit zelf? Wij zijn zeer benieuwd naar uw kijk op deze zaak.

Het is niet dat wij DMP Heusden ons in de besluitvorming van dit voorliggend bestemmingsplan laten leiden door ontwikkelingen elders, maar wij vinden het toch interessant om te weten in hoeverre dit voorliggend plan nog roet in het eten kan gooien bij de ontwikkelingen aan de Wolput.

- Wethouder kunt u hier duidelijkheid in geven?

Genoeg over de Wolput, laten we ons beperken tot de Veldweg 7, het voorliggend bestemmingsplan, waarin kort gezegd het college vraagt medewerking te verlenen aan de legalisatie van het bestaande bedrijf. Alvorens wij daar überhaupt iets van vinden hebben wij vragen op hoofdlijnen en inhoudelijke vragen die we beiden graag beantwoord zien worden.

Eerst de vragen op hoofdlijnen.

- Past dit bedrijf naar activiteit en omvang op deze locatie en in dit gebied? Wellicht zijn er andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een industrieterrein dat beter past bij de activiteiten en omvang van het bedrijf. In het voorliggende plan is klaarblijkelijk gezocht naar alternatieve locaties.

- In hoeverre heeft het college nog intensief gezocht naar het verplaatsen van dit bedrijf?

- Waarom heeft men zich hierbij alleen maar beperkt tot de gemeente Heusden?  

In het voorliggende plan staat aangegeven (blz. 21) dat er een aanmeldingsnotitie MER-beoordeling is opgesteld.

- Wat is hiermee gedaan? Is hier een formeel besluit op genomen? En kunnen wij kennis nemen van deze aanmeldingsnotitie?

- Ook rijst bij ons de vraag hoe de activiteiten op het bedrijf zich verhouden tot de aanwezigheid van de natuurparel de Haarsteegse Wiel? Voor de natuurparel geldt namelijk maximale rust en ruimte voor de ontwikkeling van de natuur.

- Is de invloed van het bedrijf op de flora en fauna voldoende onderzocht?

Dit landschap met zijn bijzondere flora is door de jaren heen kwetsbaar geworden doordat het gebied te droog is. Dat komt door gedaalde grondwaterstanden en minder kwelwater. Daarom is het project gestart: Herstellen Natte Natuurparel Sompen en Zooislagen. Het doel van dit project is: de natuur natter maken door het grondwaterpeil plaatselijk te verhogen. VAL moet op jaarbasis ongeveer 34.000m3 water aan de vergister toevoegen.

- Is onderzocht of VAL grondwater verbruikt en in hoeverre deze van invloed is op de verdere verdroging van natuurparel Haarsteegse wiel?

 Al deze vragen stellend komen wij toch nog even terug op de overeenkomst uit 2007 tussen de gemeente en de eigenaren van VAL. Deze overeenkomst had tot doel om te komen tot een positieve bestemming voor:

-       de bestaande situatie in 2007

-       de activiteiten uit de vergunning van 2001

-       en een uitbreiding met een waterzuivering en vergistingsinstallatie.

Het positief bestemmen van de illegale activiteiten van VAL lijkt de omgekeerde wereld, aangezien hier het jarenlang ondernemen van illegale activiteiten wordt beloond met legalisering. Nu legalisering aanstaande lijkt zou je verwachten dat uitvoering gegeven wordt aan de overeenkomst uit 2007. Overigens met de nadruk op lijkt: de raad en de provincie mogen hier immers nog hun oordeel over geven.

Deze verwachting wordt in het voorliggende plan grotendeels tot uitvoering gebracht, echter wat schetst onze verbazing: de verwerkingscapaciteit van afval wordt ook nog eens verdubbeld van 40.000 ton naar 80.000 ton. Door de verdubbeling van de verwerkingscapaciteit wordt de verwachte geurreductie die de biovergistingsinstallatie zou veroorzaken teniet gedaan. Zo wordt, volgens het bijgevoegde geurrapport, de jaaremissie van geur verdubbeld. Door verdubbeling van de verwerkingscapaciteit wordt het bedrijf nogmaals beloond en wat blijft erover voor de omwonenden: nog meer geur- en geluidsoverlast. Dit is wat ons betreft niet uit te leggen.

- Wethouder graag horen wij van u een verklaring?

Uiteraard zijn er bijkomende voordelen aan een vergistingsinstallatie, zoals de productie van warmte, elektriciteit en CO2, zodat een keten gesloten kan worden.

Er bestaan uiteraard ook grote risico’s aan vergisting, namelijk dat de vergistingsinstallatie onvoldoende kan worden voorzien in de aanvoer van groenafval en co-substraten, mede door een toename in gebruik van biomassa als grondstof voor het opwekken van biogas. De grondstofprijzen stijgen en de kans op malafide praktijken nemen hierdoor toe. In november vorig jaar is dit nog aan het licht gekomen in een aflevering van KRO Reporter: De biogas beerput. Uiteraard moet er ook een afzetmarkt zijn voor het biogas.

- Wij vragen ons dus af of de activiteiten die het bedrijf wil realiseren wel realistisch en financieel haalbaar zijn?

- Wethouder waarom ontbreekt het in het voorliggende plan aan een economische paragraaf?

- Is bekend of omliggende bedrijven geïnteresseerd zijn in het biogas?

Naast dit voorontwerp heeft de initiatiefnemer ook al een aanvraag om een omgevingsvergunning activiteit milieu (21 juli 2011) ingediend bij de gemeente Heusden. Deze aanvraag is schijnbaar nog in procedure.

- Wat is de stand van zaken van deze aanvraag?

- Maken de rapporten (geluid, luchtkwaliteit en geur) behorend bij dit voorliggende plan ook deel uit van de aanvraag omgevingsvergunning milieu? En zo ja, zijn deze dan ook al beoordeeld door specialisten milieu?

- Is er in het kader van de Wabo-procedure al een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgegeven door de provincie? Zo ja, kunnen wij hier kennis van nemen?

Nu volgende de meer inhoudelijke vragen:

In de verbeelding van het voorliggende plan is sprake van twee bouwvlakken. In het vigerende bestemmingsplan was sprake van één bouwvlak. In het voorliggende plan staat op blz. 9 aangegeven dat de totale omvang van de toegestane bebouwing vergelijkbaar is.

-Wat wordt verstaan onder vergelijkbaar? Kortom: hoe groot is het vigerende bouwvlak en hoe groot zijn de twee nieuwe bouwvlakken bij elkaar?

Op blz. 18 lezen wij CO2 opslag nog niet voorzien.

- Wat wordt hier mee bedoeld? Betreft dit een toekomstige uitbreiding van het bedrijf?

Er is sprake van landschappelijke inpassing van het bedrijf.

- Wij vragen ons af wat de kleuren van de verschillende silo’s van de vergistings- en waterzuiveringsinstallaties zijn en of dit ergens is vastgelegd?

Op blz. 21 lezen wij dat er bijna 12.000 voertuigen per jaar het bedrijf bezoeken, waarvan 8.000 vrachtwagens. We hebben het dan over ongeveer 27 vrachtwagens per dag. De verkeersafwikkeling vindt gedeeltelijk plaats door de woonwijken van Herpt en Oud Heusden. Dit lijkt ons niet wenselijk.

- Kunt u met het bedrijf hier afspraken over maken en deze op een of andere manier vastleggen?

Bij het onderwerp luchtkwaliteit (paragraaf 4.3) betreft de conclusie dat de toekomstige situatie ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Deze bijdrage zegt echter niets over een goed woon- en leefklimaat ter plaatse en of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

- Wordt er voldaan aan de geldende grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Bij het onderwerp geur (paragraaf 4.4) is volgens het geurrapport sprake van een verruiming van de vergunde geurnorm. Daarnaast wordt geconcludeerd dat in een aantal situaties voldaan wordt aan de richtwaarde van het geurbeleid van de provincie. Echter bij verspreid liggende woningen wordt hier niet aan voldaan, maar wel aan de grenswaarde. Afwijken van de richtwaarde kan alleen gemotiveerd en onder voorwaarde van het toepassen van de best beschikbare technieken.

- Is hier sprake van BBT en waarom wordt deze afwijking niet gemotiveerd?

- Behoort de huidige geuroverlast met het voldoen aan de richtwaarde en grenswaarde tot het verleden?

Daarnaast wordt er voor geur en luchtkwaliteit gebruik gemaakt van rekenmodellen uit 2010. Inmiddels zijn er nieuwere versies beschikbaar, namelijk uit 2012. Dit lijkt ons wellicht invloed hebben op de rekenresultaten.

- Kunt u voor de volledigheid de initiatiefnemer hierop wijzen, zodat gerekend wordt met de meest recente versies?

Volgens ons ontbreken er een aantal onderzoeken, namelijk het bodemonderzoek (paragraaf 4.8)  en de watertoets (paragraaf 4.9) cq afstemming hierover met het Waterschap.

- Is dit een juiste constatering? Wanneer kunnen wij deze onderzoeken verwachten?

In paragraaf 4.10 wordt het aspect Ecologie behandeld. Hier staat aangegeven dat in het kader van de oriëntatiefase en het vooroverleg de conclusies die getrokken zijn moeten worden bevestigd door vertegenwoordigers van het bevoegd gezag, namelijk provincie Noord-Brabant.

- Heeft deze bevestiging inmiddels plaatsgevonden en wat is de inhoud daarvan?

In paragraaf 6.1 wordt aangegeven dat t.b.v. de vergistingsinstallatie geen aanvullende voorzieningen nodig zijn in de openbare ruimte. Dan vragen wij ons toch af hoe het vrijkomende biogas en CO2 bij de omliggende bedrijven terecht komt. Hiertoe lijkt ons het gebruik van openbare ruimte noodzakelijk.

- Kunt u dit verduidelijken?

Ook wordt in paragraaf 6.1 aangegeven dat er regelmatig overleg heeft plaatsgevonden met een werkgroep waar ook de provincie deel van uitmaakte. Wij zijn erg benieuwd naar de resultaten van het overleg.

- Is hierover al iets bekend?

- Hoe staat de provincie tegenover dit bestemmingsplan? Hebben zij al kennis genomen van dit voorontwerp?

Op blz. 35 staan een aantal rapporten weergeven. De eerste twee rapporten (punt 1 en 2) zijn ons niet bekend en zitten ook niet bij de stukken.

- Wat houden deze rapporten in en kunnen wij hier ook kennis van nemen?

In de regels op blz. 9 staat aangegeven dat de aangewezen gronden bestemd zijn voor o.a. biovergistings-, waterzuiverings-, warmtekrachtinstallatie, opslag, compostering etc. Dit is naar onze mening erg ruimhartig. Al deze activiteiten vinden weliswaar plaats, maar kunnen op deze manier overal binnen de bestemming plaatsvinden. Ook de verbeelding is hier niet helder in. Zo is ook niet helder binnen welk bouwvlak de biovergistingsinstallatie mag worden gebouwd. Dit is namelijk niet aangeduid.

- Kunnen de verschillende activiteiten op een of andere manier stringenter worden vastgelegd door middel van aanduidingen? Waar mag wat en in welke omvang?

Bovendien mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.

- Waarom wordt hier zoals gebruikelijk niet gekozen voor een bebouwingspercentage?

Buiten het bouwblok zijn daarnaast nog betonverhardingen, keerwanden, overkappingen tot 10 meter hoog etc. toegestaan. Vooral dit laatste lijkt ons wat betreft de omgeving niet passend.

Waarom wordt dit toegestaan?

- Waarom krijgt de ontsluiting op de verbeelding geen aparte bestemming, maar de bestemming groen?

In artikel 4.3 van de regels worden lichtmasten van 6 meter hoog en bouwwerken geen gebouw zijnde van 4 meter hoog mogelijk gemaakt binnen de groenbestemming.
- Waarom zouden we dit toestaan binnen deze specifieke groenbestemming?